Kennis ontwikkelen in academisch instituut

Sinds 1 januari is Gerard Mols wetenschappelijk directeur van The Maastricht Forensic Institute.
“TMFI uitbouwen tot een internationaal gerenommeerd academisch instituut waar we voortdurend kennis ontwikkelen,” zo vat de huidige Rector Magnificus van de Universiteit Maastricht zijn ambities samen.
Komend najaar wordt u als rector opgevolgd door Luc Soete. Geen tijd voor pensioen?
“Nee, ik neem wel een sabbatical. Daarna ga ik vol aan de slag voor het TMFI. Forensisch onderzoek heeft me altijd geweldig geboeid. Vooral de psychologische kant, meteen al tijdens mijn studie strafrecht. In mijn carrière als advocaat en rechter heb ik talloze rechtszaken meegemaakt. Het intrigeert me waarom mensen bepaalde verklaringen of bekentenissen afleggen die achteraf vals blijken. Dat kan aan de persoonlijkheid van iemand liggen of aan de manier van verhoren. Feit is dat met de huidige DNA-technieken regelmatig wordt vastgesteld dat verdachten die ooit op basis van hun eigen verklaring zijn veroordeeld, niet bij de zaak betrokken waren. Als directeur van het TMFI zal ik de komende jaren weer meer op mijn eigen vakgebied bezig zijn. Daar kan ik me echt op verheugen.”
De buitenwereld denkt dat TMFI zich vooral bezig houdt met technisch materialenonderzoek en lijkschouwingen.
“Natuurlijk, we profileren ons met ons DNA-lab in Maastricht en de laboratoria van DSM Resolve in Geleen, onze partner in business. Maar de basis van het instituut is gelegd door de afdelingen Rechtspsychologie en Forensische Psychologie van Maastricht University. Emeritus hoogleraar Crombag heeft hier in Maastricht baanbrekend werk verricht. De faculteiten Psychology and Neuroscience en Rechtsgeleerdheid hebben uitstekende reputaties opgebouwd. In Nederland zijn we op die gebieden het verst, zo durf ik wel te stellen. Niet voor niets zijn grote namen zoals Ton Broeders, de eerste directeur van TMFI, en Corine de Ruiter aan deze vakgroepen van de universiteit verbonden. Nu staat er een uitstekend team met mensen als Kees Das en Ed Pennings, autoriteiten in de forensische wereld. Onder de vlag van TMFI bouwen we onze expertise nu verder uit naar een breed instituut met meerdere disciplines. Zoals technisch onderzoek dus. Belangrijk, maar we blijven koplopers in de forensische psychologie.”
Tot voor kort was het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) de enige partij in Nederland die telde. Kan TMFI de concurrentie aan?
“We bevinden ons in een transitiefase. Er is ruimte gekomen voor marktwerking, voor meerdere aanbieders van forensische expertise. Het zal nog enkele jaren duren voordat er sprake is van een echt vrije markt. Justitie besteedt nog slechts een klein deel van het budget bij andere aanbieders dan het NFI. Dat zal echter veranderen. Uiteraard kan TMFI wedijveren met het NFI en de andere aanbieders. Zelfs internationaal. Zoals ik al zei is de UM leading in forensische (rechts)psychologie. De academische inbreng is van onschatbare waarde, daarmee onderscheiden we ons op die vrije markt. Door de samenwerking met DSM beschikken we over de technische middelen,
de labs en de kennis en kunde van de researchers in Geleen op het gebied van materialen en toxicologisch onderzoek. Ik wil overigens benadrukken dat we niet denken in termen van concurrentie. We kunnen elkaar aanvullen, samenwerken. Meerdere aanbieders op de markt stuwen de kwaliteit en snelheid van onderzoeken. Uiteindelijk gaat het erom de rechtspraak in Nederland naar een hoger niveau te tillen. Met de moderne technieken kunnen we veel preciezer vaststellen hoe bijvoorbeeld iemand om het leven is gekomen. Als rechtsgeleerde spreekt me dat natuurlijk zeer aan.”
Marktwerking doet direct denken aan omzet en winst. Moet TMFI een forensisch ‘bedrijf’ worden?
“In de allereerste plaats zie ik TMFI als een wetenschappelijk instituut, direct verbonden aan de Universiteit Maastricht aan de ene kant en DSM aan de andere. Wat mij betreft een uitstekend voorbeeld van publiek-private samenwerking. Ik vind de onderwijs- en onderzoekskant echter het meest zwaarwegend. Het is de bedoeling dat we meer opleidingen op het gebied van forensisch onderzoek gaan aanbieden. We willen meer studenten aantrekken met nieuwe opleidingen. Op de korte termijn gaan we meer masteropleidingen aanbieden en cursussen op wetenschappelijk niveau voor de mensen die beroepsmatig met forensica te maken hebben. Advocaten, rechters, officieren, rechercheurs, artsen. Daarnaast komt er ruimte voor wetenschappelijk onderzoek. Er is nog zoveel te ontdekken en uit te zoeken. Nogmaals, de faciliteiten zijn aanwezig. En worden verder uitgebreid, zie de campussen in Geleen en Maastricht waar TMFI en de studenten van kunnen profiteren. We hebben de potentie om een internationaal instituut te worden.”
Zonder commercieel oogmerk?
“Ten dele. TMFI moet een gezonde organisatie zijn die zichzelf bedruipt. Justitie zal bij ons aankloppen met opdrachten, maar we kunnen ook voor private partijen werken. Verzekeraars bijvoorbeeld. In alles komt kwaliteit van de diensten op de eerste plaats. De wetenschappelijke basis staat daar garant voor. Het geld dat we verdienen is eigenlijk een afgeleide waarmee we kunnen investeren in het verder uitbouwen van onderwijs en kennis. Dat is ook valorisatie, een term die ik graag maatschappelijk vertaal. Valorisatie is niet alleen geld verdienen. Wetenschappelijk onderzoek en kennisopbouw
komen de maatschappij ten goede. Dat DSM een commercieel bedrijf is, doet daar niet aan af. De winst wordt via een normaal sleutel verdeeld. Ik denk dat we op dat gebied niet van mening verschillen.”
Heeft Maastricht voldoende aantrekkingskracht om TMFI tot volwaardig instituut te promoveren?
“Daar ben ik van overtuigd. We bekleden al een toppositie in de (rechts)psychologische forensica. De Universiteit Maastricht trekt heel veel buitenlandse studenten. Met studies in de forensische wetenschappen en biomaterialen en de opbouw van de researchcampussen in Geleen en Maastricht wordt de aantrekkingskracht nog groter. We hebben de wind wel een beetje mee. Forensisch onderzoek staat in de belangstelling, door de snel ontwikkelde technieken en opsporingsmethoden en de populaire tv-series zoals CSI en Bones. Natuurlijk is niet alles zo spannend als het lijkt. Forensisch onderzoek speelt zich veelal af in het lab, het gaat vaak om het bestuderen van dikke dossiers, om het leggen van verbanden, om analyseren. Anderzijds dragen we bij aan de basis van de rechtspraak: waarheidsvinding. Beter forensisch onderzoek maakt ons strafrecht beter. Een prachtig vak. De komende jaren groeien we met het TMFI tot een volwaardige speler. Een uitdaging om daar leiding aan te geven.”
CV Gerard Mols
Gerard Mols (1951) studeerde strafrecht en trad in 1981 in dienst van de toenmalige Rijksuniversiteit Limburg als wetenschappelijk medewerker strafrecht. Daarnaast was en is hij advocaat, procureur en plaatsvervangend rechter in zowel Maastricht als Den Bosch. Als hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht was Gerard Mols tussen 1992 en 2003 decaan van de Faculteit Rechtsgeleerdheid, vervolgens was hij acht jaar Rector Magnificus van de Universiteit Maastricht. Op 1 januari 2012, bij zijn laatste dies natalis als rector, werd Gerard Mols benoemd tot officier in de orde van Oranje Nassau. Luc Soete neemt in september van dit jaar de functie over. Tot die tijd blijft Gerard Mols aan als rector, in combinatie met het wetenschappelijk directeurschap van TMFI.
LAATSTE NIEUWS
- 10-mei-2012Henry Otgaar winnaar Onderwijsprijs
- 25-apr-2012Een vertekende herinnering?
- 13-apr-2012Geslaagd symposium 2012
- 13-feb-2012Gerard Mols wetenschappelijk directeur TMFI
- 13-feb-2012Kennis ontwikkelen in academisch instituut
- 16-jan-2012Wat mensen denken te verstaan in een misdaadcontext
- 8-dec-2011Chemisch bewijs in haren
- 22-nov-2011Harald Merckelbach in discussie
- 21-nov-2011Aankondiging: Lezing over de ontwikkeling van het geheugen
- 22-sep-2011dr. Henry Otgaar wint Edmond Hustinx prijs
- 15-sep-2011Verslag vragenuurtje Kamer NFI-DNA
- 15-sep-2011Schoensporen en KIV bij TMFI
- 6-sep-2011FD: Markt forensisch onderzoek
- 31-aug-2011Natuurlijke doodsoorzaak. Of toch niet?


